Hier kunt u aangeven op welke middelen u wilt zoeken. U kunt meerdere middelen selecteren door de Control-toets ingedrukt te houden terwijl u klikt.
Geef hier aan van welke auteurs u publicaties wilt zoeken.
Bent u op zoek naar een bepaald onderwerp of een bepaalde term, voer dan een of meer trefwoorden in dit zoeksysteem in.
Deze functie maakt het mogelijk om studies uit een bepaald jaar of een bepaalde tijdspanne te selecteren.

zoek in publicaties
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

middelen ?
auteurs ?
steekwoorden ?
datum ?
 van
 tot

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

CVO - Onderzoek, Training & Advies  .  Montalbaendreef 2, 3562 LC Utrecht  .  T +31 30 2381 495  .  E cvo-info@drugresearch.nl  

english version

Meerspelers. Meerjarige monitor en follow-uponderzoek naar amusementscentra en bezoekers

de Bruin, D., A. Benschop, R. Braam, D.J. Korf

Utrecht, Amsterdam: CVO, Universiteit van Amsterdam, 2006
isbn 90-71772-40-3 . . € 46

bestellen / volledig rapport downloaden

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 

Inleiding Sinds de introductie van de Wet op de Kansspelen in 1964 is het landelijke en gemeentelijke speelautomatenbeleid voortdurend in beweging geweest. De laatste wetswijziging dateert uit 2000. Amusementscentra werden door de wetswijziging in staat gesteld het productaanbod uit te breiden met spelautomaten – meestal in de vorm van casinoachtige spelen als roulette en blackjack – waarop met meerdere mensen tegelijk gespeeld kan worden (meerspelers) en automaten met een collectief opgebouwde hoofdprijs (gekoppelde jackpot). Tegelijkertijd werden amusementscentra verplicht de toegangscontrole te verscherpen om minderjarigen uit de centra te weren en werden er onderlinge afspraken gemaakt om de controle op zogenoemde witte en zwarte lijsten te verbeteren. Bovendien is door de betrokken Ministeries (Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Justitie en Economische Zaken), de vereniging Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) Nederland en de VAN Speelautomaten Brancheorganisatie een onderzoek geïnitieerd naar de effecten van de wetswijziging op het bezoekerspubliek van amusementscentra. Van 2000 tot en met 2004 is dit onderzoek uitgevoerd door het Centrum voor Verslavingsonderzoek (CVO) te Utrecht en het Bonger Instituut van de Universiteit van Amsterdam (UvA).

Het onderzoek Centrale vraag is of de productdifferentiatie en de verscherpte toegangscontrole leiden tot een verandering in omvang en samenstelling van het bezoekerspubliek en meer specifiek een afname van het aantal probleemspelers. In een monitoronderzoek is door middel van systematische observaties, interviews met sleutelfiguren en bezoekerssurveys getracht deze vraag te beantwoorden. Bij probleemspelen kan het natuurlijk verloop echter een belangrijke rol spelen. Om uitspraken te kunnen doen over probleemspelers moeten we rekening houden met de ontwikkeling van dergelijk gedrag door de tijd heen. Het bezoekerspubliek is daarom niet alleen op groepsniveau bestudeerd in het monitoronderzoek, maar bezoekers zijn in een follow-up onderzoek ook individueel door de tijd gevolgd.

In het monitoronderzoek zijn door het CVO in 14 amusementscentra, verspreid over 6 gemeenten, meer dan 200 observaties verricht (vijf jaar lang, drie maal per jaar), waarbij kenmerken van de centra en het bezoekerspubliek werden geregistreerd. Gelijk met de observaties zijn interviews gehouden met sleutelinformanten – managers of medewerkers – binnen de centra. Voor de bezoekerssurvey leverde het gezamenlijke veldwerk van het CVO en de UvA in 6 geselecteerde amusementscentra in vijf jaar tijd 2.040 ingevulde vragenlijsten van bezoekers op. De response onder oudere en mannelijke bezoekers was hierbij lager dan onder jongeren en vrouwen. Hiervoor is door middel van weging gecorrigeerd. Gedurende de eerste drie jaar van het onderzoek is aan deelnemers van de survey tevens toestemming gevraagd voor deelname aan het follow-up onderzoek van de UvA. In totaal zijn 226 bezoekers minimaal één jaar en maximaal vier jaar lang gevolgd. Er zijn geen aanwijzingen voor selectie van minder problematische spelers bij instroom. Selectiebias wat betreft verandering van gedrag gedurende de looptijd van het onderzoek is niet geheel uit te sluiten, maar zowel positieve als negatieve veranderingen zijn in het onderzoek terug te vinden.

De verwachte of gewenste veranderingen in het bezoekerspubliek zijn verwoord in een zestal hypothesen:

1. Productdifferentiatie leidt tot een toename van het aantal bezoekers.
2. Productdifferentiatie leidt tot een toename van het aandeel vrouwelijke bezoekers.
3. Productdifferentiatie leidt tot een toename van het aandeel oudere bezoekers.
4. Productdifferentiatie leidt tot een afname van het aantal/aandeel probleemspelers.
5. Productdifferentiatie leidt tot veranderingen in redenen van bezoekers om te spelen.
6. Verscherpte toegangscontrole leidt tot een afname van het aantal minderjarigen en/of probleemspelers aan de deur.

Vooral bij probleemspelen speelt de natuurlijke ontwikkeling van kansspelgedrag door de tijd een belangrijke rol. Daarom geldt voor het follow-up onderzoek de vraag:

7. Wat verandert er in verloop van tijd in het kansspelgedrag van bezoekers van amusementscentra en welke factoren spelen daarbij een rol?

In de volgende paragrafen worden de hypothesen en onderzoeksvraag eerst afzonderlijk behandeld. De formulering van de hypothesen suggereert causaliteit die binnen de onderzoeksopzet niet onomstotelijk vastgesteld kan worden. Er wordt daarom eerder gesproken in termen van samenhang dan in termen van oorzaak en gevolg.


Productdifferentiatie en het aantal bezoekers Veranderingen in bezoekersaantallen van de amusementscentra zijn onderzocht aan de hand van observaties in de centra en de bezoekerssurvey. In de observaties is het aantal aanwezige bezoekers op een bepaald moment geteld. Bij de survey werden alle binnenkomende bezoekers gevraagd deel te nemen aan het onderzoek. De surveyregistratie levert daarmee ook schattingen van (veranderingen in) het aantal bezoekers. Uit de observaties blijkt dat – afgezien van één centrum dat na een verbouwing een stuk groter werd – de bezoekersaantallen van de amusementscentra in 2002 met gemiddeld 28% dalen. Vanaf 2003 trekken de bezoekersaantallen bij de meeste centra weer wat aan maar liggen gemiddeld lager dan in 2000 en 2001. De schattingen uit de survey suggereren zelfs een daling van 33% tussen 2000 en 2004.

Uit analyse van de observatiegegevens blijkt een positieve samenhang tussen productdifferentiatie en de bezoekersaantallen. In amusementscentra met een groter aantal meerspelerplaatsen is de daling van de bezoekersaantallen minder sterk geweest dan in andere centra. Daarnaast is er een negatieve samenhang tussen preventie en bezoekersaantallen. In amusementscentra waar veel aan preventie is gedaan is het bezoekersaantal sterker gedaald dan in de andere amusementscentra. De sterkste negatieve samenhang kwam echter op het conto van de euro en de gelijktijdig ingevoerde prijsverhoging per spel van 25 guldencent naar 20 eurocent. In de jaren na invoering van de euro (2002-2004) zien we aanzienlijk minder bezoekers dan in de jaren daarvoor.

Gezien de algemene daling van het aantal bezoekers overschaduwt de invoering van de euro en de prijsverhoging per spel een mogelijk positief effect van de productdifferentiatie op bezoekersaantallen. Uit de survey blijkt bovendien dat de bekendheid met het nieuwe spelaanbod weliswaar licht stijgt, maar dat toch lang niet alle bezoekers spelen op de nieuwe meerspelers en automaten met gekoppelde jackpots en minstens de helft van de bezoekers uit de survey beweert er zelfs nog nooit van gehoord te hebben.
Toch kan de hypothese niet volledig worden verworpen. In amusementscentra met veel meerspelerplaatsen was de daling in bezoekersaantallen kleiner dan in de amusementscentra met weinig meerspelerplaatsen. Productdifferentiatie heeft dus wel degelijk de potentie tot een toename van het aantal bezoekers te leiden.


Productdifferentiatie en vrouwelijke bezoekers Uit zowel observaties als de survey blijkt het aandeel vrouwelijke bezoekers per amusementscentrum en per dag behoorlijk te verschillen. Gemiddeld is ongeveer één op de zes bezoekers vrouw. Hierin is tussen 2000 en 2004 geen verandering te zien. Omdat het totaal aantal bezoekers is gedaald, is het absolute aantal vrouwelijke bezoekers wel afgenomen.
Ergo, de hypothese moet worden verworpen. Productdifferentiatie heeft in dit onderzoek geen aantoonbare samenhang met de geslachtsverdeling van het bezoekerspubliek.


Productdifferentiatie en oudere bezoekers Bij de observaties blijkt ongeveer een derde van de mannelijke en vrouwelijke bezoekers jonger dan 30 jaar. Bij de survey is de helft van de respondenten jonger dan 30 jaar. Beide bronnen laten over de jaren heen een daling in het aandeel jongeren zien en daarmee een stijging van het aandeel ouderen. Bij de observaties stijgt vooral het aandeel 50-plussers; bij de survey zien we een stijging in de middengroep tussen de 30 en 50 jaar.
Uit analyse van de observatiegegevens blijkt dat de invoering van de euro (en gelijktijdige prijsverhoging) het sterkst samenhangt met de veranderende leeftijdsopbouw van de bezoekers. Het aandeel jongeren was in de eurojaren 2002-2004 lager dan de jaren ervoor. Ook het preventieaanbod van de amusementscentra en de hoogte van de gekoppelde jackpot lijken een rol te spelen bij de afname van het aandeel jongeren. In amusementscentra met een hoger jackpotbedrag en met meer aandacht voor preventie worden relatief meer oudere spelers aangetroffen.

Hoewel de euro de belangrijkste factor is bij de toename van het aandeel oudere bezoekers, hangt ook productdifferentiatie – in de vorm van de verhoging van de gekoppelde jackpot – samen met de leeftijdsopbouw van het bezoekerspubliek. De hypothese wordt dus bevestigd.


Productdifferentiatie en probleemspelers Probleemspelen wordt in de survey gemeten met behulp van de South Oaks Gambling Screen (SOGS) – een standaard screeningsinstrument voor het meten van kansspelverslaving. Op basis van hun score op dit instrument worden respondenten ingedeeld in drie groepen: recreatieve spelers (0,1 of 2 punten), risicospelers (3 of 4 punten) en probleemspelers (5 of meer punten).

Het aandeel probleemspelers onder de respondenten van de survey steeg van 22% in 2000 naar 33% in 2004. Ook wanneer het percentage probleemspelers wordt gecorrigeerd voor bezoekfrequentie – probleemspelers bezoeken immers vaker een amusementscentrum en zijn daardoor oververtegenwoordigd in de steekproef – zien we een stijging van 11% naar 23%. Wanneer we kijken naar de probleemspelers die hun problemen specifiek aan de amusementscentra wijten (en niet uitsluitend aan andere kansspellocaties zoals casino’s of fruitautomaten in de horeca), dan zien we ook een lichte stijging in het aandeel probleemspelers van 16% naar 25% tussen 2000 en 2004 (gecorrigeerd voor bezoekfrequentie is dat respectievelijk 6% en 17%).
Het totale aantal bezoekers is echter gedaald in de loop van het onderzoek. Ondanks stijgende percentages is het absolute aantal probleemspelers daarom vrijwel niet veranderd. Alleen het laatste jaar zagen we een lichte stijging. Blijkbaar zijn dus vooral de recreatieve spelers weggebleven uit de amusementscentra, waardoor het aandeel probleemspelers groter wordt.

Uit verdere analyse blijkt productdifferentiatie niet samen te hangen met de toename van het aandeel probleemspelers. Preventieactiviteiten vertonen echter een negatieve samenhang met het aandeel probleemspelers. In amusementscentra waar veel aandacht aan preventie wordt besteedt, was de stijging in het aandeel probleemspelers geringer. Dit kan wijzen op een doeltreffende preventieaanpak, waarbij medewerkers bezoekers aanspreken op hun gedrag, maar tevens op het wegblijven van probleemspelers uit amusementscentra waar zij worden ‘lastig gevallen’.
De hypothese dat productdifferentiatie leidt tot een afname van het aandeel probleemspelers kan op basis van deze resultaten niet worden bevestigd. Het heeft anderzijds ook niet geleid tot een toename van het absolute aantal probleemspelers.


Productdifferentiatie en redenen van bezoekers om te spelen Uit de survey komt naar voren dat bezoekers van amusementscentra eerder positieve dan negatieve redenen hebben om te spelen. In de loop van het onderzoek worden positieve redenen als gezelligheid en sociaal contact belangrijker, maar dat geldt ook voor negatieve redenen als snel geld willen verdienen, afleiding voor problemen en verveling.

De resultaten suggereren dat productdifferentiatie samenhangt met zowel positieve als negatieve redenen om te spelen. Een aantal verbanden verdwijnt wanneer in de analyse gecorrigeerd wordt voor andere factoren, maar een tweetal ogenschijnlijk conflicterende verbanden blijft bestaan. Enerzijds hangt het aantal meerspelerplaatsen positief samen met het aandeel bezoekers dat speelt vanwege de gezelligheid, anderzijds hangt het positief samen met het aandeel bezoekers dat speelt om snel geld te verdienen.

Naast redenen om te spelen, is ook gevraagd naar redenen om amusementscentra te bezoeken. Respondenten werden gevraagd drie redenen te kiezen uit een lijst van zestien, variërend van “Om de goede sfeer” tot “Anonimiteit”. De optelsom van de positieve en negatieve redenen voor bezoek is in de loop van het onderzoek verschoven in de richting van de meer negatieve redenen. Uit initiële analyse lijkt productdifferentiatie negatief samen te hangen met de motivatie van bezoekers, maar wanneer gecorrigeerd wordt voor andere factoren verdwijnt dit verband. Dan blijkt dat motivatie samenhangt met de grootte en drukte van het amusementscentrum: in kleine en rustige centra zijn bezoekers meer positief gemotiveerd.

Productdifferentiatie lijkt een weinig robuuste samenhang te vertonen met de motivatie van bezoekers van amusementscentra. De hypothese dat productdifferentiatie tot veranderingen leidt in de redenen van bezoekers om te spelen lijkt op basis van de onderzoeksresultaten plausibel, maar het effect van productdifferentiatie is ambivalent. Er zijn aanwijzingen dat productdifferentiatie verband houdt met zowel een negatieve motivatie om te spelen (om snel geld te verdienen) als een positieve motivatie (vanwege de gezelligheid).


Verscherpte toegangscontrole en minderjarigen en/of probleemspelers aan de deur De belangrijkste maatregelen die de amusementscentra hebben getroffen ter verscherping van de toegangscontrole zijn het verstrekken van een entreebewijs aan elke bezoeker en het verplaatsen van de counter naar de ingang, waardoor meer zicht ontstaat op de entree. Op deze wijze kunnen minderjarigen en klanten met een entreeverbod veel effectiever worden geweerd uit de centra.

Gedurende het onderzoek bleek uit de survey dat ruim de helft van de bezoekers nooit iets van leeftijdscontrole merkt. Vaste klanten en (uiterlijk) oudere bezoekers worden natuurlijk niet nodeloos gecontroleerd. Toch groeit het aandeel bezoekers dat wel iets van leeftijdscontrole bij de deur merkt en jongeren onder de 21 jaar zijn in de loop der tijd ook vaker daadwerkelijk gecontroleerd. De leeftijdscontrole aan de deur bij (nieuwe) jongeren bleek echter al bij de start van het onderzoek zeer strikt. Veranderingen in het aantal minderjarigen of het aantal weigeringen van minderjarigen zijn daarmee niet te verwachten. In de vijf onderzoeksjaren troffen we in de bezoekerssurvey dan ook slechts één 16-jarige en vijf 17-jarigen aan onder de ruim tweeduizend respondenten. Uit de interviews met sleutelinformanten is ook gebleken dat het aandeel minderjarigen dat zich bij de deur meldt om binnen te komen altijd laag is geweest en dat verscherpte toegangscontrole niet heeft geleid tot meer weigeringen.

Entreeverboden staan geregistreerd op zogenaamde witte en zwarte lijsten. Een zwarte lijst is een entreeverbod opgelegd door het amusementscentrum wegens misdragingen. Een witte lijst is een vrijwillig entreeverbod, meestal aangevraagd door probleemspelers. Door de verscherpte toegangscontrole is de controle en naleving van witte en zwarte lijsten volgens de sleutelinformanten verbeterd. De informatie die de amusementscentra kunnen verschaffen over het aantal personen dat op deze lijsten staat, is soms nogal gebrekkig, maar belangrijker is dat ze tussen de amusementscentra onderling vaak niet goed vergelijkbaar zijn omdat verschillende criteria en procedures worden gehanteerd voor plaatsing op deze witte en zwarte lijsten.
Uit de survey blijkt enerzijds dat een groot deel van de bezoekers niet op de hoogte is van de mogelijkheid van een witte lijst. Anderzijds blijkt echter ook dat in de loop van het onderzoek steeds meer bezoekers, en vooral probleemspelers, zichzelf tijdelijk een vrijwillig entreeverbod opleggen en dat steeds meer bezoekers door het personeel van de amusementscentra zijn aangesproken op hun risicovolle speelgedrag.


Veranderingen in kansspelgedrag Uit het follow-up onderzoek blijkt dat mensen die op een willekeurige dag in een amusementscentrum aangetroffen worden in de loop der jaren over het algemeen wel deel blijven nemen aan kansspelen, maar vaak uit de amusementscentra verdwijnen, of daar minder frequent komen. Een kwart tot een derde van zowel recreatieve spelers, risicospelers én probleemspelers in het onderzoek komt drie jaar na de eerste meting nooit meer in een amusementscentrum.
De kansspelproblemen gemeten tijdens de eerste meting blijken veelal van voorbijgaande aard, ook al blijven de respondenten spelen. Bij meer dan de helft van de probleemspelers in het onderzoek en bij driekwart van de risicospelers daalde de SOGS score. Bij de recreatieve spelers bleef de score gedurende het onderzoek bijna altijd laag. Een stijging van de SOGS score kwam ook voor, maar dit was dan vaak van tijdelijke aard. De (verandering van) SOGS score blijkt samen te hangen met etniciteit, positieve en negatieve gebeurtenissen in het leven, spelen op fruitautomaten, kansspeluitgaven en bezoekfrequentie van amusementscentra.
Deze resultaten zijn in lijn met eerdere onderzoeken en suggereren dat kansspelproblemen geen typisch, chronisch en progressief kenmerk zijn van spelers in het algemeen of bezoekers van amusementscentra in het bijzonder. Kansspelproblemen zijn episodisch en worden niet onontkoombaar groter naarmate men langer speelt. Eventuele kansspelproblemen kunnen weer verdwijnen, ook zonder interventie of behandeling. Er is met andere woorden sprake van een behoorlijke mate van zelfregulatie. Die zelfregulatie wordt waarschijnlijk getriggerd door gebeurtenissen in het leven van de spelers. Bij een positieve levensgebeurtenis dalen de kansspelproblemen en bij een negatieve gebeurtenis stijgen deze.


Beschouwing Uit dit onderzoek blijkt dat de verscherpte toegangscontrole werkt, maar de controle was al dusdanig strikt, dat extra effecten minimaal zijn. Productdifferentiatie blijkt uit dit onderzoek enige potentie te bezitten het aantal bezoekers te vergroten en het aandeel ouderen te verhogen. In de loop van het onderzoek is het aantal bezoekers van amusementscentra weliswaar gedaald en – omdat vooral de recreatieve spelers wegbleven – het aandeel probleemspelers gestegen, maar dat was niet aantoonbaar te wijten aan de productdifferentiatie. Andere factoren, met name de komst van de Euro en de gelijktijdige prijsverhoging per spel, bleken een grotere rol te spelen.

Probleemspelers zijn niet per definitie probleemspelers voor het leven. Kansspelproblemen kunnen komen en gaan. Onder invloed van negatieve en positieve levensgebeurtenissen gaan mensen meer of minder uitgeven aan kansspelen, vaker of minder vaak naar een amusementscentrum, en hebben daarmee meer of minder kans op de ontwikkeling van problemen. Meerspelers en gekoppelde jackpots lijken in dit verhaal niet of nauwelijks mee te doen. De amusementscentra kunnen in het individuele proces slechts een beperkte rol spelen. Met een plaatsing op de witte lijst kan de bezoekfrequentie beperkt worden en daarmee de kans op problemen. Niet iedereen blijkt bekend met deze mogelijkheid, waar de amusementscentra misschien nog wat winst kunnen behalen. De plaatsing op de witte lijst is echter vrijwillig en net als bij alle preventieactiviteiten is er een smalle lijn tussen gewenste aandacht en ongewenste bemoeienis, waardoor mensen hun heil elders gaan zoeken.

Zo lang er kansspelen beschikbaar zijn, zullen er waarschijnlijk altijd mensen zijn die er op een problematische manier gebruik van maken. Waar problemen bij de een verminderen, zullen die bij een ander groeien. Het absolute aantal probleemspelers in de amusementscentra veranderde aanvankelijk weinig gedurende het onderzoek en ook in het follow-up onderzoek bleven probleemspelers bestaan. Het evenwicht kan echter verstoord worden door bepaalde (maatschappelijke) veranderingen, zoals de komst van de euro, waardoor waardebesef en uitgavenpatroon veranderden. Kansspelproblemen zijn in belangrijke mate geldproblemen dus kunnen ook economische veranderingen op macroniveau van invloed zijn. Dit is echter zelden acuut zichtbaar. Pas aan het eind van het onderzoek zien we dan ook aanwijzingen voor een stijging in het aantal probleemspelers in de amusementscentra en na afloop van dit onderzoek in 2005 kwamen er berichten in de media over een stijging van het aantal kansspelverslaafden dat zich aanmeldde bij de verslavingszorg. De resultaten van dit onderzoek wijzen erop dat deze trend verband houdt met de komst van de euro en de daarmee gepaard gaande prijsverhoging per spel.

 

terug naar boven