Moeilijk bereikbare jongeren in het Utrechtse uitgaansleven

Het Centrum voor Verslavingsonderzoek (CVO) heeft met subsidie van de Stichting Verslavingspreventie een studie verricht naar moeilijk bereikbare jongeren in het Utrechtse uitgaansleven. Het onderzoek valt uiteen in drie fasen. Allereerst zijn problemen, aard en omvang van middelengebruik van de doelgroep in kaart gebracht. Vervolgens zijn bestaande preventieactiviteiten voor jongeren en hun wensen op dit gebied geïnvententariseerd. In de laatste fase, ten slotte, zijn binnen het bestaande Utrechtse preventieaanbod enkele nieuwe projecten beproefd en geëvalueerd.
Voor het onderzoek zijn netwerken opgebouwd en interviews en paneldiscussies gehouden met jongeren en intermediairs in Utrecht. Een deelstudie biedt een inventarisatie van relevante preventieprojecten voor jongeren in Nederland en interviews met hulpverleners die deze projecten uitvoeren (E. van Vliet, 2001: Beter ten halve gekeerd; Een onderzoek naar secundaire drugspreventie ten behoeve van jongeren. Utrecht: CVO).

Jongeren en uitgaan in de binnenstad

De meeste geïnterviewde jongeren blijven door de week thuis en beperken het uitgaan tot één avond per week. De Utrechtse binnenstad heeft daarbij, met name in het weekend en op koopavonden, een sterke aanzuigende werking op hen. Vooral voor de oudere jeugd uit de Utrechtse wijken is de binnenstad op deze dagen aantrekkelijk. Dit komt onder meer doordat de wijkvoorzieningen de laatste jaren minder zijn geworden. Jongerenavonden in buurthuizen zijn wegbezuinigd en steeds meer jongerencentra worden gesloten omdat ze moeilijk beheersbaar zijn. Bovendien zijn 'soosavonden' bij jongeren vanaf veertien jaar niet populair meer. Daarbij komt dat de jeugd steeds mobieler wordt, waardoor ze minder gebonden is aan de eigen wijk. De Utrechtse binnenstad wordt dan ook steeds vaker bezocht door jongeren uit minder centraal gelegen wijken en randgemeenten van Utrecht. Eenmaal in de binnenstad zijn ze vrijwel onbereikbaar voor het sociale vangnet uit hun eigen buurt: ouders, leraren en het wijkwelzijnswerk.

De uitgaansgelegenheden voor jongeren in de Utrechtse binnenstad lijken op het eerste gezicht talrijk, maar bij nader onderzoek blijken de mogelijkheden beperkt. In Utrecht komen jongeren onder de 16 jaar bijna nergens binnen omdat horeca-uitbaters deze leeftijdscategorie geen alcoholische dranken mogen schenken. Noodgedwongen zoeken jongeren daarom hun vertier steeds vaker op straat. Tijdens het onderzoek stuitte men in de binnenstad op een aantal 'hangplekken'. Omdat de hier rondhangende jongeren vaak overlast veroorzaken, worden zij door politie en buurtbewoners regelmatig gesommeerd te vertrekken. Sommige groepen wijken uit naar andere steden, zoals Amsterdam, en gaan daar uit.
Voor Marokkaanse jongens is het extra moeilijk om ergens binnen te komen. In de binnenstad zijn groepen jongeren op straat aangetroffen die na teleurstellende ervaringen niet langer proberen uit te gaan. Geweigerde jongeren zijn vaak vervelend tegen portiers of andere bezoekers van de binnenstad. Ook gaan ze gefrustreerd terug naar hun eigen wijk met alle gevolgen van dien.

Groepsvorming Zowel op straat als in het uitgaansleven hebben jongeren voornamelijk contact met hun eigen vriendenkring en nauwelijks met andere groepen jongeren. De bij verschillende jongerenculturen behorende voorkeuren voor muziek en uiterlijke stijlkenmerken zijn daarentegen niet meer zo strak gescheiden als voorheen. Deelname aan bepaalde subculturen lijkt dezer dagen steeds meer een 'zappende' bezigheid: afhankelijk van de stemming wordt gevarieerd in stijlen. Resultaat van dit style surfen is een heterogene subcultuur die sterk afwijkt van de eensgezinde scene van een aantal jaren terug. Destijds troffen jongeren elkaar wekelijks, en soms zelfs enkele malen per week, op grootschalige dansevenementen waar steeds eenzelfde soort muziek werd gedraaid.

Middelengebruik Uit de interviews komt naar voren dat jongeren tijdens het uitgaan in Utrecht voornamelijk alcohol en cannabisproducten gebruiken. Een beperkt aantal experimenteert tijdelijk met andere middelen, maar houdt hier na verloop van tijd mee op. Daarnaast is tijdens het veldwerk een zeer kleine groep aangetroffen met een combinatie van problemen, zoals dakloosheid, psychiatrische stoornissen, prostitutie en zwakbegaafdheid. Sommigen van hen zijn excessieve drugsgebruikers. Deze kleine groep jongeren met zogeheten meervoudige problematiek is over het algemeen ouder dan 18 jaar. Problematisch gebruik van andere middelen dan alcohol en cannabisproducten is eveneens voornamelijk aangetroffen bij jongeren boven de 18 jaar.
Cannabis blijft het populairste illegale genotmiddel. De markt voor ecstasy lijkt in te zakken, terwijl het gebruik van cocaïne in de lift zit. De grootste bedreiging voor de gezondheid vormt echter de forse toename van alcoholgebruik. In Utrecht is 18% van de jongeren tussen de 16 en 24 jaar problematisch drinker. Kenmerkend voor hen is dat zij tijdens het uitgaan grote hoeveelheden alcohol in korte tijd nuttigen, een consumptiepatroon dat binge drinking wordt genoemd.

Utrechtse jongeren met een Marokkaanse of Turkse achtergrond gebruiken minder alcohol en drugs dan autochtone Utrechters. Van de Marokkaanse jongeren is een klein aantal verantwoordelijk voor het leeuwendeel van de totale alcohol- en drugsconsumptie van deze groep. Tussen de 74 à 84% van hen is geheelonthouder tegenover 7% van de autochtonen. Het kleine deel jonge Marokkanen dat wel alcohol en drugs gebruikt, consumeert gemiddeld meer dan zijn autochtone tegenhanger. In vergelijking met andere Marokkaanse jongeren gebruikt deze splintergroep excessief veel alcohol en drugs. Onder de jonge Marokkanen die drinken, komen ongeveer evenveel binge drinkers voor als onder autochtone jongeren. Tijdens het onderzoek werden Marokkaanse jongeren vanuit verschillende invalshoeken als meest problematische groep genoemd. Vooral het alcoholgebruik onder jonge Marokkanen veroorzaakt volgens intermediairs problemen.

Alcohol gebruiken jongeren in Utrecht vooral binnen vriendengroepen. Voorafgaand aan een bezoek aan de binnenstad wordt thuis soms 'ingedronken', waarna de alcoholconsumptie wordt voortgezet in uitgaansgelegenheden, als men daar tenminste binnenkomt. Ook op straat drinken jongeren alcohol. Populair zijn vooral de kant-en-klare mixdranken die tegenwoordig, ondanks het stringentere alcoholbeleid voor minderjarigen, in sommige supermarkten en snackbars te verkrijgen zijn. Incidenteel treft men bij jongeren flessen sterkedrank aan, afkomstig uit een slijterij of meegenomen uit het ouderlijk huis. Minderjarigen kunnen daarnaast vrij eenvoudig aan alcoholische dranken komen door ze in te laten kopen door oudere vrienden.
Informatie en voorlichting
Tijdens de eerste fase van het onderzoek is de jongeren in de Utrechtse binnenstad gevraagd of zij op school en thuis voldoende informatie over alcohol en drugs krijgen en of zij behoefte hebben aan drugspreventie in het uitgaansleven. Jongeren zeggen goed geïnformeerd te zijn over alcohol en drugs. Naar hun mening krijgen zij op school voldoende informatie. Daar veel minderjarigen in het Utrechtse uitgaansleven zich vooral beperken tot het gebruik van alcohol en ook niet van plan zijn om andere middelen te gaan gebruiken, vinden zij de lessen over drugs op school overbodig en oninteressant. De jongeren zijn niet bekend met drugspreventie in het uitgaansleven, maar zeggen hieraan evenmin behoefte te hebben. Als ze uitgaan willen ze lol maken en feesten. Alcohol en eventueel drugs horen daarbij. Op preventieprojecten zitten ze dan duidelijk niet te wachten.
Bestaande preventieprojecten
Voornoemde behoeftepeiling voorspelde weinig goeds voor de derde fase van het onderzoek: uitvoering en evaluatie van preventieprojecten voor de doelgroep. Een verwachting die nog wordt versterkt door de tweede fase: inventarisatie van bestaande preventieprojecten voor de doelgroep.
In Nederland wordt in het uitgaansleven weinig aan preventie gedaan. Twee regionale verslavingszorginstellingen bieden jongeren de mogelijkheid vragen te stellen over drugs bij leeftijd- en leefstijlgenoten, zogenoemde peergroups. Zulke peer-projecten worden voornamelijk uitgevoerd op grootschalige dansevenementen en nauwelijks in reguliere horecagelegenheden. In het Utrechtse uitgaansleven wordt tot nu toe niet gewerkt met peergroups.
Verder zijn er in Nederland enkele preventieprojecten die outreachend werken. Dit houdt in dat jongeren op straat door preventiewerkers worden opgezocht en aangesproken. Veel van deze projecten zijn vooral in het leven geroepen omdat jongeren op straat overlast veroorzaken en zo bijdragen aan onveiligheidsgevoelens in de buurt. Dergelijke initiatieven treft men vooral aan in (achterstands-)wijken en nauwelijks in binnensteden. Het accent van enkele van deze projecten ligt op alcohol- en drugspreventie.

Twee Utrechtse instellingen voeren drugspreventie uit op straat. De clientèle van Stichting Randgroepjongeren (Strand) bestaat vooral uit jongeren met een meervoudige problematiek, waaronder alcohol- en drugsgebruik. Deze groep is over het algemeen ouder dan 18 jaar. Veldwerkers van Centrum Maliebaan, de verslavingszorginstelling in Utrecht, spreken in de wijken hangjongeren - zowel minder- als meerderjarigen - aan op hun alcohol- en drugsgebruik. De jongeren die voor dit onderzoek zijn geïnterviewd zeggen geen contact te hebben met de veldwerkers van Strand of Centrum Maliebaan.
Alle overige outreachende preventie in Utrecht richt zich op jongeren die overlast veroorzaken op straat. Dit zijn de Jongeren-Op-Straatprojecten (JOS) in de wijken en het Centrum Zorg Plus Project, uitgevoerd door de politie in de Utrechtse binnenstad.

Jongerenraad Gedurende het onderzoek zijn contacten gelegd met de Utrechtse Jongerenraad, in 2001 opgericht en ondersteunt door Stade, een stedelijke instelling voor projectontwikkeling, beleidsvorming, advisering en onderzoek. De raadsleden nemen vrijwillig deel aan een project ter bevordering van jongerenparticipatie in de vorming van lokaal beleid. Doel van de raad was het formuleren van een plan van aanpak, gericht op veilig uitgaan in Utrecht. Medewerkers van Stade en het CVO hebben de Jongerenraad geholpen bij het ontwikkelen en schrijven van dit plan. Het CVO heeft daartoe nog een training verzorgd over alcohol en drugs en heeft samen met de Jongerenraad een veldonderzoek uitgevoerd. Het plan van aanpak is gepresenteerd op de Jongerenmanifestatie in het Utrechtse Tivoli.
De Jongerenraad kan worden beschouwd als een peergroup. Het werken met peergroups is elders in het land effectief gebleken: geïnformeerde jongeren verspreiden actief informatie onder andere jongeren. Ook de leden van de Jongerenraad blijken dit effect van de steen in een vijver te kunnen bewerkstelligen. Ieder raadslid heeft namelijk regelmatig contact met zijn of haar achterban. Hoe succesvol de Jongerenraad is, bleek wel uit het massale bezoek van de eigen achterban aan de jongerenmanifestatie. Eveneens werd bij die gelegenheid duidelijk hoe belangrijk het is om aandacht te besteden aan het medium waarin een preventieboodschap wordt verpakt. De manifestatie bevatte optredens, een debat, presentaties van instellingen op het podium en informatiestands van instellingen in de zaal. De optredens waren veruit het populairst. Voor de aanwezige preventieactiviteiten van volwassenen en oudere jongeren was weinig aandacht, voor twee hippe meisjes, die informatie over safeseks technieken verspreidden door de jongeren aan te spreken en condooms uit te delen, was dat er overduidelijk wel.

In feite is de Jongerenraad het enige project voor jongeren in het Utrechtse uitgaansleven. Tijdens het onderzoek hebben jongeren ideeën aangedragen voor preventieprojecten. Ook in de studie van Van Vliet zijn dergelijke suggesties op een rij gezet (Van Vliet 2001). Tijdens de training, het veldonderzoek en de manifestatie van de Utrechtse Jongerenraad zijn enkele projecten uitgevoerd en geëvalueerd. De bevindingen kunnen een positieve bijdrage leveren aan het toekomstige preventiebeleid in Utrecht.

Activeren en interesse wekken De leden van de Jongerenraad nemen vrijwillig deel aan een project ter bevordering van de participatie van jongeren aan de vorming van lokaal beleid. Hun mening wordt weergegeven in het Plan van Aanpak van de Utrechtse Jongerenraad. Om dit plan inhoudelijk vorm te geven deden de jongeren zelf onderzoek naar het thema 'veilig uitgaan'. De jongeren waren aanvankelijk helemaal niet zo geïnteresseerd in het onderwerp 'alcohol en drugs'. De tongen kwamen pas los na vertoning van een video over drugs. Nadat hun interesse was gewekt bleken de aanwezigen, tot hun eigen verbazing, behoefte te hebben aan meer informatie. Bezoek aan een koffieshop tijdens hun veldonderzoek was voor sommigen aanleiding om te vertellen over hun eigen alcohol- en drugsgebruik en dat van hun vriendenkring. Door actief met het onderwerp aan de slag te gaan werden de jongeren enthousiast en gaven zij aan dat er meer aan de hand is dan zij zelf op voorhand vermoedden.

Afsluitend Een absolute voorwaarde voor een succesvol preventieproject is dat jongeren, hun wensen en ideeën serieus worden genomen. Alle door de jongeren voorgestelde preventieprojecten in het plan van aanpak van de Utrechtse Jongerenraad - een meldpunt deurbeleid, een terughoudend tapbeleid in uitgaansgelegenheden, overleg met portiers, politie en gemeente - komen samen in hun belangrijkste aanbeveling: een vaste plek in de binnenstad waar jongeren ervaring op kunnen doen met 'uitgaan'. Hun plan van aanpak is het resultaat van training, veldonderzoek, interviews, ervaringen en meningen van intermediairs en jongeren zelf.

Category: Uitgaansdrugs en veilig uitgaan
File Size: EMPTY