Een nieuwe injectie

Kwaliteit wisselend, diversiteit groot

Eén van conclusies die uit het onderzoek naar voren komen, is dat de kwaliteit van de spuitomruilvoorzieningen in de zes regio’s zeer wisselend is. Er zijn ogenschijnlijk kwalitatief goede voorzieningen waar gebruikers echter minder tevreden over zijn, en kwalitatief minder goede voorzieningen waar gebruikers wel tevreden over zijn. De diversiteit van de spuitomruilvoorzieningen is in elk geval groot: het varieert van kantoorpanden met een open balie waar door telefonistes of huismeesters spuiten worden geruild tot mobiele fietsservices die door veldwerkers van een instelling voor de verslavingszorg worden verzorgd. Van (methadon)bussen met speciale bouwkundige voorzieningen voor vuile spuiten tot inloopcentra waar behalve schone kleren en een maaltijd ook tal van spuitattributen verkrijgbaar zijn. Van een spuitenautomaat die in principe (indien niet kapot of leeg) 24 uur per dag beschikbaar is, tot een apotheker met een groot verantwoordelijkheidsgevoel en die financieel ondersteund wordt door de GGD. Van vrijwilligers die met schone spuiten en containertjes gebruikerspanden afgaan tot gebruikers die in hun eigen woning jaren achtereen de belangrijkste voorziening in de regio huisvesten.De verschillen tussen de spuitomruilvoorzieningen hebben niet alleen betrekking op de instanties bij wie ze zijn ondergebracht, maar ook op de openingstijden, de ligging, en het aanbod van spuiten en attributen.Afstemming op de scene
Ook de mate waarin de spuitomruil is afgestemd op de doelgroep is uiteenlopend. Uit het veldwerk ontstaat de indruk dat de drugscenes in de zes regio’s grotendeels vergelijkbaar zijn. Er zijn echter ook verschillen: in Groningen is het shotten van methadon bijvoorbeeld zeer populair, terwijl dit in Eindhoven en Alkmaar nauwelijks voorkomt. Daar wordt weer relatief veel speed gebruikt. In Zwolle lijkt – naast coke en smack – alcohol de meest gangbare drug onder gebruikers te zijn. Groningen, Utrecht en Eindhoven kennen een vrij omvangrijke drugscene terwijl deze in Zwolle, Alkmaar en Delft van een veel bescheidener omvang is.
Maar ondanks deze verschillen lijken er vooral overeenkomsten tussen de scenes te bestaan: in alle steden wordt de groep harddruggebruikers ouder en worden de gebruikerscarrières langer. Er is in de steden een geringe instroom van nieuwe heroïnegebruikers. Als er al een nieuwe generatie opstaat, grijpt die vooralsnog niet direct naar de spuit maar hanteert ze andere innametechnieken, zoals basen, roken of chinezen. Het consumptiepatroon van gebruikers is in de meeste scenes zeer gevarieerd. Behalve heroïne wordt in alle onderzochte steden (in toenemende mate) cocaïne, speed, benzodiazepinen, barbituraten en XTC (bij)gebruikt. In alle steden leeft een deel van de gebruikers op straat. De scenes worden bovendien steeds individueler. Gebruikers worden vrijwel overal door de politie opgejaagd. In de buurt worden ze niet geaccepteerd en met de nek aangekeken. Gebruikerspanden worden vanwege overlast gesloten, terwijl tegelijkertijd ook de roep om gebruikerspanden toeneemt. Gemeenschappelijk gebruik (het samen gebruiken en het delen van een spuit) komt in de onderzochte regio’s steeds minder voor.
Hoewel er dus meer overeenkomsten dan verschillen tussen de scenes lijken te bestaan, zijn de spuitomruilvoorzieningen - zoals eerder geconstateerd - geheel verschillend ingericht en opgezet. De conclusie, die De Loor tien jaar geleden al trok, is dat de spuitomruilvoorzieningen niet gebaseerd zijn op eensluidende kennis van de gebruikerscultuur en inzicht in hun behoeften (De Loor, 1990).

Kennishiaten…

Naast gebrek aan (eensluidende) kennis over de gebruikerscultuur bestaat onder medewerkers en binnen de instellingen ook gebrek aan kennis over de medische implicaties van bepaalde handelingen bij het intraveneus druggebruik. Daarbij gaat het niet zozeer om de medische kennis op zich, maar ook om de koppeling met specifieke kennis van de gebruikerspraktijk van alledag. Mede hierdoor ontstaan de verschillen in de uitvoeringspraktijk: moet spuiters het gebruik van sterets worden aanbevolen of ontraden? Kan de dope het best in ascorbine of in citroenzuur worden opgelost? Moet het (in noodgevallen) schoonmaken van spuitmaterialen worden ontraden?
Een andere nauw gerelateerde vraag is hoe de kennis die gebruikers bezitten kan worden overgedragen. Wat is de rol van gebruikers hierin, en hoe kan de deskundigheid van het personeel op peil worden gehouden? Uitvoerend personeel heeft vaak te weinig tijd en weinig mogelijkheden om zich te laten scholen. Het is daarom moeilijk om de spuitomruilvoorziening op een kwalitatief goed niveau te houden. De directe oorzaak hiervan ligt minder bij de medewerkers zelf dan bij het ontbreken van een duidelijk beleid. Kennis die medewerkers hebben opgedaan van gebruikersculturen gaat bovendien regelmatig verloren door het grote verloop van mensen die werkzaam zijn in de verslavingszorg.

Rol apotheek onduidelijk

De rol die apotheken bij de spuitomruil spelen, is aan de hand van dit onderzoek onvoldoende duidelijk geworden. Informatie over de precieze rol ontbreekt vooralsnog. In sommige kleinere gemeenten blijken apotheken een cruciale rol te spelen en een monopoliepositie te bezitten. Een dergelijke rol ontstaat overigens vaak op ad hoc-basis, zonder dat daar enige beleidsbasis voor bestaat. Indien apothekers spuiten ruilen of aanbieden, is dat vaak omdat zij dat zelf belangrijk vinden, bijvoorbeeld omdat een spuitomruilvoorziening in de regio geheel ontbreekt. Omdat het verzorgingsgebied van een CAD vaak groot is en de financiële draagkracht klein, komt het voor dat CAD-vestigingen in kleinere gemeenten worden opgeheven. Eén of meer apothekers worden dan soms bereid gevonden deze leemtes op te vullen. Andersom komt echter ook voor: uit het onderzoek is bijvoorbeeld gebleken dat apotheken soms stoppen met de spuitomruil op het moment dat een ander, officieel ruilsysteem haar deuren opent.

Geen normen om kwaliteit te beoordelen

Een andere belangrijke conclusie uit het onderzoek is dat er geen normen bestaan om de kwaliteit van spuitomruilvoorzieningen te beoordelen. Randvoorwaarden of richtlijnen zullen ook niet worden opgesteld zolang de verantwoordelijkheidsstructuur voor aids-preventie onder druggebruikers onduidelijk is of niet bestaat. Het lijkt overigens onwenselijk om deze normen van bovenaf op te leggen - dat zou geen recht doen aan de praktijk, die al jaren gekenmerkt wordt door weinig bemoeienis van bovenaf. Een brede discussie over het opstellen van dergelijke richtlijnen is gewenst opdat een breed draagvlak ontstaat. De participanten in deze discussie zouden zowel vanuit de politiek, de hulpverlening en andere instanties moeten komen als vanuit gebruikerskringen.

Category: Preventie en harm reduction
File Size: 170.9 KB